MENU
 
Home
Nieuwsbrief
GC in de media
SiteMap
 
 
Tips en Tricks
Excel
Word
Photoshop
PowerPoint
Surf Tips
Gmail
Android
iPad
Excel ClipTips
 
cursus Office 2016
Access
Excel
Outlook
PowerPoint
Word
 
cursus Office 2013
Excel
PowerPoint
Word
Nieuw in Excel 2013
Nieuw in Word 2013
Nieuw in PowerPoint 2013
 
cursus Office 2010
Access
Nieuw in Excel 2010
Excel automatiseren
Excel
OneNote
Outlook
PowerPoint
Word
 
cursus Office 2007
Access
Excel
Outlook
PowerPoint
Publisher
Visio
Word
 
cursus Office
2000-2002-2003-XP
Access
Excel
PowerPoint
Outlook
Word
 
cursus Photoshop
CC -3D
Animatie
CS6
CS5
CS4
CS2 - CS3
Lightroom 3
Elements 6
Mask Pro
Nik Collection
 
cursus Dreamweaver
CS3
 
cursus Illustrator
CS4
 
cursus Flash
CS4
 
cursus Fireworks
CS4
 
cursus Paint Shop Pro
X en X2
 
cursus Premiere
Elements 7-8
 
cursus Joomla
Joomla 1.5
 
Sociale Netwerk sites
Facebook
LinkedIn
Twitter
 
iPad
Apps
 
Diversen
Celtx
CSS
DropBox
Firefox 3.6
GIMP
Internet Explorer 9
LIME
Linux
OpenSUZE
PREZI
ProShow Producer
YouTube
 
cursus Google
Agenda
Analytics
Gmail
Zoeken
Picasa 3
SketchUp
Chrome
Street View
 
cursus Windows
Live Movie Maker
Windows 10
Windows 8
Windows 7
XP
Vista
 
cursus Office '97
Word
Excel
 
 

 

Cursus Access 2016   go to : Index - vorige - volgende
       
Les 29 Query's (9)  
       
Jokertekens
Jokertekens gebruiken we in een query wanneer we niet zeker zijn van de schrijfwijze van tekst of getallen in een veld.
 
Wanneer ik een asteriskteken (*) ingeef na een aantal letters dat ik heb ingetypt in het criteriaveld, zal Access alle velden weergeven die beginnen met deze letters, wanneer ik de query uitvoer.
Wanneer ik een asteriskteken ingeef, voor en na een aantal letters dat ik heb ingetypt in het criteriaveld, zal Access alle velden weergeven waarin deze letters voorkomen.
 
Een ander jokerteken is het vraagteken (?).
Het vraagteken vervangt één letter, of cijfer.
Zo zal bijvoorbeeld A?rts de woorden Aarts en Aerts vinden.
Gebruiken we de twee jokertekens samen, zoals in onderstaand voorbeeld, zal Access wanneer we de query uitvoeren alle klanten met deze naam vinden, onafhankelijk van de voornaam.
IIF functie
De IIF functie geeft ons twee waarden, afhankelijk van de evaluatie van de expressie.
Is de evaluatie "waar", dan geeft het een waarde, is de evaluatie "niet waar", dan geeft het een andere waarde.
Een voorbeeld.
Afhankelijk van het resultaat in onderstaande query, geef ik de leerlingen voor elke test de waarde "Geslaagd" wanneer deze meer is dan 55, is het minder, dan geef ik hen de waarde "Gebuisd".
 
Open de query in "Ontwerpweergave".
Rechtsklik een leeg veld in het raster, en kies de optie "In/Uitzoomen".
 
Dit opent het dialoogvenster "In- en uitzoomen".

De naam die we gaan geven aan dit veld is Status, dus begin ik de expressie met het woord Status gevolgd door een dubbele punt.
Daarna typ je if functie welke wordt geschreven als IIf
De if-functie bestaat dus uit drie delen, de expressie, de waarde wanneer waar, en de waarde wanneer onwaar.
Deze drie delen moeten tussen haakjes staan, en moeten gescheiden zijn door een puntkomma (;).
De twee waarden( gebuisd/geslaagd) moeten enkel tussen aanhalingstekens staan wanneer deze uit tekst bestaan, niet wanneer deze uit cijfers bestaan.
De naam van het veld waarop de expressie zich moet baseren, moet tussen vierkante haken staan.

Dus als ik al deze regels volg, moet ik iets hebben als dit:
Status: IIf([score]<55;"gebuisd";"geslaagd")
Dus in het Nederlands:
als het veld "score" minder is dan 55 dan is hij/zij gebuisd, is het hoger dan is hij/zij geslaagd.
Klik de knop OK.
Je hoeft dit niet zonodig in dit dialoogvenster in te geven, je kan dit ook rechtstreeks intypen in het veld, maar zo zie je beter wat je typt.
 
Klik de knop "Uitvoeren" in het lint wanneer je klaar bent.
 
 
Index - vorige - volgende

All courses now available in English:
www.swotster.com

copyright © 2012 - Swotster Ltd - Hong Kong - China